Picture Superiority Effect uitgelegd

Picture Superiority Effect: zo gaat je brein om met beeld

Hoe komt het dat we afbeeldingen beter onthouden dan woorden? Visuele informatie herinneren we beter dan verbale informatie. Hoe visueler de input, hoe groter de kans dat deze wordt herkend en herinnerd in vergelijking met alleen woorden. Het picture superiority effect noemen we dat.

In dit artikel kijken we naar drie invalshoeken die uitleggen waarom zakelijk tekenen werkt: het picture superiority effect, dual coding en acht breintips bij tekenen.

Waarom afbeeldingen sneller landen

Een belangrijke reden is dat ons brein er gewoon beter in is. Het verwerkt visuele informatie sneller en efficiënter dan tekstuele informatie, en slaat het daardoor gemakkelijker op in ons geheugen.

Afbeeldingen kunnen vaak meer betekenis in een keer overbrengen dan woorden. Details, onderlinge relaties en het grote geheel worden allemaal gelijktijdig waargenomen. Bij woorden wordt de informatie na elkaar verwerkt.

Afbeeldingen helpen ons om een mentaal plaatje te maken, dat we weer kunnen oproepen wanneer we de informatie willen terughalen. Het vormen van mentale beelden is een effectieve manier om informatie makkelijker te begrijpen en beter te onthouden.

Bij zakelijk tekenen maak je voortdurend gebruik van het picture superiority effect. Tekeningen worden beter onthouden dan woorden, en helemaal als de persoon die ze bekijkt ze ziet ontstaan. Dan zijn je tekeningen nog betekenisvoller en wordt het effect nog meer versterkt.

Wat is dual coding?

Hoe je boodschap sneller overkomt, beter begrepen en onthouden.

Allan Paivio en de twee informatiekanalen verbaal en visueel, met dual coding in het langetermijngeheugen.

De Canadese professor Allan Paivio deed onderzoek naar het (werk)geheugen. Dit resulteerde in de periode 1971 – 2016 in meer dan 200 publicaties over de dual coding theory (DCT), vrij vertaald als ‘dubbele coderingstheorie’.

Paivio ontdekte dat verbale en non-verbale (visuele) informatie afzonderlijk wordt verwerkt door het werkgeheugen en zo ook dubbel wordt opgeslagen in het langetermijngeheugen.

Verbale en visuele prikkels voeden op twee gescheiden informatiekanalen ons werkgeheugen. Het verschil in informatieverwerking tussen de twee kanalen is groot.

Bij het verbale kanaal (gesproken en geschreven woord) wordt de informatie na elkaar verwerkt.

Bij het visuele kanaal worden details, onderlinge relaties en het grote geheel gelijktijdig waargenomen.

Het brein verbindt de punten als je beide kanalen tegelijk gebruikt, en creëert zo een netwerk van verbale en visuele associatieve verbindingen.

Het ene kanaal triggert een verbinding met het andere kanaal. Zo kun je aan een beeld van een ‘boom’ denken en deze beschrijven, of over een boom lezen en er een beeld van vormen.

De inhoud van het werkgeheugen overbrengen naar het langetermijngeheugen noemen we coderen. Wanneer visuele en verbale informatie sterk met elkaar verbonden zijn, spreken we van dubbele codering (dual coding).

Voordelen van informatie presenteren of vastleggen in verbale én visuele vorm:

  • verbetert herkennen en terughalen van informatie
  • maakt het makkelijker te onthouden
  • ondersteunt het leren

Zakelijk tekenen is de vaardigheid die dual coding mogelijk maakt.

Acht breintips bij tekenen

Je tekent iets op het whiteboard. Het staat er allemaal. Maar terwijl je uitlegt, zie je de blikken afdwalen. Ze kijken wel naar je tekening, maar het landt niet.

Dat ligt mogelijk niet aan de kwaliteit van je tekening, maar aan de structuur eronder. Ons brein verwerkt visuele informatie op vaste, voorspelbare manieren. Als je die kent, kun je ze bewust inzetten. Niet om mooier te tekenen, maar om beter te communiceren.

Hier zijn 8 breintips bij tekenen, die ik gebruik in mijn trainingen.

De acht breintips bij zakelijk tekenen weergegeven als symbolen op blauwe vlakken, waaronder eenvoud en kaders.

  1. Eenvoud. Een lijntekening werkt beter dan een foto. Klinkt tegenstrijdig, maar het klopt wel. Bij een eenvoudige tekening is je brein veel actiever: het interpreteert, associeert en vult aan. Dat actieve proces zorgt ervoor dat informatie blijft plakken. Dus: gebruik heldere, herkenbare symbolen. Een poppetje hoeft geen anatomiestudie te zijn. Een wolk voor “idee”, een huis voor “thuis”, een pijl voor “richting”. Meer is niet nodig.

  2. Nabijheid. Wat bij elkaar hoort, zet je dichter bij elkaar. Dat klinkt voor de hand liggend, maar in de praktijk zie ik vaak tekeningen waarbij alles even ver van elkaar staat. Dan moet je brein zelf uitvogelen wat bij wat hoort. Dat kost energie en leidt af. Zet oorzaak en gevolg naast elkaar. Zet actiepunten bij het bijbehorende onderwerp. De lay-out vertelt al een verhaal voordat iemand een woord heeft gelezen.

  3. Accentueren. Ons brein let automatisch op wat afwijkt. Groter, dikker, een andere kleur: het springt eruit. Gebruik dat bewust om de kern van je boodschap naar voren te halen. Wat ik zelf doe: ik gebruik kleur spaarzaam. Eén accentkleur voor het belangrijkste punt. De rest in zwart of grijs. Zo weet iedereen in één oogopslag waar het om draait.

  4. Achtergrondkleur. Geef elementen die samen één geheel vormen dezelfde achtergrondkleur. Niet de dikte van een lijn, niet het symbool, maar een kleurvlak erachter is het meest effectief. Een manier waarmee je zonder woorden zegt: dit hoort bij elkaar. Handig bij flip-overs met meerdere thema’s, of wanneer je twee scenario’s naast elkaar wilt zetten.

  5. Kaders en pijlen. Informatie die je omsluit met een kader, zien we als groep en valt daardoor meer op. Teken je daarna een pijl tussen twee kaders, dan zegt dat iets over de relatie. In groepsgesprekken gebruik ik dit veel om verbanden zichtbaar te maken die mensen zelf net hebben benoemd. Ze zeggen het, ik teken het. En zodra het er staat, zien ze pas echt wat ze hebben gezegd.

  6. Overeenkomst. Geef elementen die tot dezelfde categorie behoren dezelfde vorm, grootte of kleur. Zo maak je onderscheid zichtbaar zonder uitleg. Een concreet voorbeeld: als je inzichten groepeert, gebruik dan voor elk inzicht hetzelfde symbool. Een lampje, ster of een uitroepteken. Het maakt niet zoveel uit wat het is. Zolang het consistent is, begrijpt je brein de logica.

  7. Continuïteit. Ons brein heeft de neiging om lijnen continu en aangesloten te zien, ook als ze dat niet zijn. We zien een onderbroken lijn als één lijn. We lezen een onaf kader als een kader. Handig om te weten als je te weinig ruimte hebt op een flip-over. Je hoeft een kader niet volledig te tekenen. Drie zijden zijn genoeg. Je brein vult de vierde vanzelf in.

  8. Logica. We lezen van links naar rechts, van boven naar beneden, en met de klok mee. Dat is zo ingesleten dat ervan afwijken ongemak veroorzaakt. Mensen beginnen dan te twijfelen: lees ik dit wel goed? Zorg dat de leesrichting van je tekening overeenkomt met die verwachting. Een tijdlijn loopt van links naar rechts. Een stappenplan van boven naar beneden. Vanzelfsprekend, maar het scheelt onnodig denkwerk bij de kijker.

Deze acht principes zijn geen regels die je moet onthouden. Ze zijn een manier van kijken. En kijken is precies wat zakelijk tekenen in de kern is: zien wat er is, en dat zichtbaar maken voor anderen.

Wil je leren hoe je iets uitlegt, samenvat of in beeld brengt aan de hand van een snelle, eenvoudige tekening? Dan is de training Zakelijk Tekenen iets voor jou.

Nog niet zeker of tekenen iets voor je is? Begin dan eerst met de Graphic Jam, een avond spelenderwijs proeven hoe het is om visueel te denken. Bel me gerust of stuur een appje als je wilt weten wat bij jou past.