1. Vakvolwassenheid Wat gebeurt er als iemand uitvalt? In veel teams staat dan iets stil. Dit aspect gaat over bredere inzetbaarheid: teamleden die ook buiten hun eigen taak kunnen bijspringen. Van taakgericht naar multidisciplinair
2. Samenwerking Samenwerken is meer dan prettig met elkaar omgaan. Het betekent hulp vragen als je vastloopt, aanspreken als iets niet klopt, en je samen verantwoordelijk voelen voor het resultaat. Van individu naar team en keten
3. Organisatorische zelfstandigheid Klopt het dat elke kleine vraag bij jou terechtkomt? Dit aspect gaat over beslissingen nemen dichter bij waar het werk plaatsvindt. Teams die dit oppakken, worden zelfstandiger. Van top-down naar zelforganisatie
4. Doel- en prestatiegerichtheid Weet iedereen in het team waarvoor ze het doen? Teams met een scherp doel stellen zichzelf ambitieuze doelen, passen zich aan als de omgeving verandert en denken verder dan hun eigen taak. Van individueel naar organisatiebelang
5. Leiderschap Praten over leiderschap doen we eigenlijk nooit, terwijl het er altijd is. Formeel of informeel. Hoe vul je het in? En haalt die vorm het beste in je team naar boven? Voeren van de leiderschapsdialoog
Meer over hoe deze aspecten werken:
➡️ Teamontwikkeling: vijf aspecten die het verschil maken